Speuren

naar wild


rond kastelen en buitenplaatsen

Als je wilde dieren wilt spotten, hoef je echt niet naar Afrika of een andere verre plek af te reizen. In eigen land vind je ook genoeg wild in natuurgebieden in de omgeving van kastelen en buitenplaatsen. Je moet alleen weten waar je moet kijken. Boswachter Henk Ruseler deelt graag zijn tips om wild te spotten. Tijd om de natuur in te gaan en zelf te speuren!

TIP 1


Let op sporen in de natuur

In het zand zijn voetsporen van dieren makkelijk te vinden, maar op begroeide bospaden en bij heidevelden wordt dat lastiger. Op die plekken kun je zoeken naar veeg-, wroet- en vraatsporen van dieren. De meest opvallende sporen zijn verse keutels. Als je die tegenkomt dan kun je ervanuit gaan dat het wild dichtbij is en dan kan het speuren beginnen.

TIP 2


Kies de juiste tijd om op pad te gaan

Veel fietsers en wandelaars gaan in de middag op pad, maar de beste tijd om wild te spotten is zo’n half uurtje na zonsopkomst of ’s avonds vanaf een uur of 5 tot zonsondergang. Wacht niet te lang met je dagje wildspotten, want tot half oktober maak je de grootste kans om dieren te spotten. In september zijn er vooral op de Hoge Veluwe veel edelherten te zien. De mannetjes trekken er dan op uit voor de bronsttijd. Of wat dacht je van wilde zwijnen spotten? Een prachtig gezicht om te zien!

TIP 3


Loop tegen de wind in

Dieren hebben een ontzettend goed ontwikkeld reukorgaan en ze ruiken je dan ook van mijlenver aankomen als je de wind in de rug hebt. Probeer daarom tegen de wind in te lopen als je wild probeert te spotten en voorkom dat het wild op de vlucht slaat.

TIP 4


Wees stil en beweeg niet teveel

Ook de oren van dieren werken veel beter dan de onze. Draag geen ritselende kleren, praat zachtjes als je samen met anderen op pad bent en maak geen plotselinge bewegingen. Het kan ook goed werken om een tijdje stil te staan op een plek waar je goed in de verte kunt kijken.

TIP 5


Neem een verrekijker mee

Wild spotten bestaat voor een groot gedeelte uit turen in de verte. Neem een verrekijker mee om makkelijker het landschap af te kunnen speuren.

TIP 6


Maak gebruik van kijkplekken

In veel natuurgebieden zijn speciale kijkplekken aangelegd voor wandelaars en fietsers. Op deze plekken liggen meestal wildweiden die goed worden onderhouden om wild te trekken. Als je hier een tijdje rustig blijft kijken, heb je grote kans om wild te zien.

TIP 7


Zoek plekken op waar veel eten te vinden is voor wild

Grasveldjes met sappig gras zijn typische plekken waar wild op afkomt om te grazen. In de omgeving van dat soort plekken maak je dan ook meer kans om dieren te spotten. Waterplaatsen zoals vennetjes zijn minder geschikt, want in Nederland lessen de meeste dieren hun dorst met dauw op planten of bij waterplassen die ontstaan na een regenbui.

TIP 8


Ga eens mee met een excursie van een boswachter

Hoe vaker je op pad gaat, hoe makkelijker het wordt om zelf wild te spotten. Als beginner kun je meegaan met een excursie van een boswachter om zo de kneepjes van het wild spotten te leren. Alles wat je leert kun je vervolgens toepassen als je zelf op pad gaat.